Vragen aan GS: Ammoniaktreinen en IJzeren Rijn: verbazing over beantwoording provincie Limburg 

 

Lokaal-Limburg stelde 30 november 2020 voor de tweede keer vragen omdat de beantwoording op onze eerste vragen hierover op 27 oktober 2020 vervolgvragen opriep. De vragen werden op 15 december 2020 beantwoord. 

Deze tweede serie vervolgvragen richtten zich op twee elementen: 

1. De IJzeren Rijn via de Zuidelijke Maaslijn 
2. Het vervoer van gevaarlijke stoffen en het Ammoniakconvenant 

We danken het college opnieuw voor de beantwoording van de vragen, maar we maken wel meteen de kanttekening dat we erg verbaasd en teleurgesteld zijn over de beantwoording van de meeste van de vervolgvragen die we stelden. 

Veel vragen werden niet in de context beantwoord, zoals wij diebedoel(d)en en die relevant is. Met name heel belangrijk voor de ammoniaktransporten, omdat het gaat het over inspanningen van de provincie voor veiligheid van onze inwoners. Veiligheid die afgewogen wordt tegen economische belangen. 

Ook waren vragen veelal erg ontwijkend en/of niet gestelde vragen werden beantwoord. 

Onze fractie gaat dit ook onderbouwen. We stellen hierbij sommige vragen opnieuw en/of anders en tevens voegen we nieuwe vragen toe. Immers de tijd staat niet stil en ook vanuit Venlo en Den Haag zijn (weer) signalen gekomen. We zullen de uitgebreide inleidingen van de eerdere vragen hier zoveel mogelijk weglaten, omwille van de leesbaarheid en overzichtelijkheid. 

1. De IJzeren Rijn via de Zuidelijke Maaslijn 
We stelden de volgende vraag: 
“Bent u met Lokaal-Limburg van mening dat de Dritte Weg geen geschikte variant is omdat het economische profijt niet opweegt tegen de negatieve effecten op de leefbaarheid? Zo nee, waarom niet?” 

U Antwoordde: 
“Tussen de drie landen (België, Duitsland en Nederland) is na afronding van de haalbaarheidsstudie afgesproken dat de Maatschappelijke Kosten-Baten-Analyse (MKBA) wordt geactualiseerd. Omdat dat proces nog loopt kunnen we dus op dit moment nog geen uitspraken doen over de baten van deze goederentrein ambitie. We kunnen op dit moment geen antwoord geven op uw vraag.” 

Ook het antwoord op vraag 4 geeft geen inzicht waarom er nu opnieuw een MKBA nodig is. 

Nog steeds hebben we geen helder antwoord wat dan de rol van de MKBA uit 2018 is, op basis waarvan het Samenwerkingsverband IJzeren Rijn en haar deelnemers zich geen voorstander van de variant Dritter Weg (Roermond-Venlo) verklaarden. Op basis van die MKBA gaf de provincie in 2018 

aan dat het geen maatschappelijk verantwoorde investering was. Maar in het voorjaar 2020 geeft de Gedeputeerde via de krant aan, hier wel weer oor voor te hebben. Er wordt nota bene ook nog gezegd via dit krantenartikel dat deze ontwikkeling goed is voor de Logistieke hotspot Venlo. Tijdens de behandeling van deze Spoorvisie Venlo 2030 en ook in eerdere documenten is er vanuit Venlo duidelijk aangegeven dat de Logistieke Hotspot Venlo (vrijwel) niet profiteert van deze doorgaande treinen! 

Vraag 1 
Wat is de exacte aanleiding om de MKBA te actualiseren en waarom heeft de provincie wel degelijk een bepaalde voorkeur laten blijken via de Limburger begin vorig jaar? 

Vraag 2 
Mogen we uit de eerdere beantwoording van onze vragen dan toch opmaken dat het college dus absoluut geen voorkeur heeft voor het traject Roermond-Venlo? 

Het lijkt Lokaal-Limburg schier onmogelijk te zijn om te achterhalen waarom de provincie in drie jaar tijd ook drie maal een andere voorkeur heeft geschetst via de media. We laten het dan ook bij vraag 1 en 2 voor wat dat betreft en we nemen aan dat we tot het verschijnen van de “MKBA IJzeren Rijn 2.0” niets meer in de pers vernemen over dergelijke voorkeuren. 

Vervolgens vroegen we het college: 
“Bent u bereid om in de overleggremia te pleiten voor de Montzenroute en eventueel de BAB-52 variant, die uit de studie van 2018, als voorkeursalternatief uit de bus kwam?” 

Het college antwoordde als volgt: 
De Montzenroute functioneert op dit moment ook al als route voor goederenvervoer van de Antwerpse haven aan het Duitse achterland (vv). De route is met name voor het noordelijke Ruhrgebied een lange route. Daarnaast kent deze route ook hellingen die voor spoorgoederenvervoer complicerend zijn. Verder ligt er een uitspraak van Europese Hof van arbitrage op grond waarvan duidelijk is geworden dat het Scheidingsverdrag van 1839 van toepassing is op de huidige situatie. Dat betekent dat België het recht heeft een reactiveringsplan vast te stellen en daarnaast Nederland het recht heeft daar voorwaarden aan te verbinden.” 

U antwoordde feitelijk op een niet-gestelde vraag als het gaat om de Montzenroute en u antwoordde in het geheel niet voor wat betreft de BAB-52-variant. Daar komt hij nog een keer: 

Vraag 3 
Bent u bereid om in de overleggremia te pleiten voor de intensivering van de Montzenroute en te pleiten voor de BAB-52 variant, die uit de studie van 2018, als voorkeursalternatief uit de bus kwam, op het moment dat deze opnieuw de voorkeur geniet? Zo nee, waarom niet? 

Vraag 4 
Neemt u in het vervolgtraject nog steeds het argument “is goed voor Venlo Logistieke Hotspot” voor een toekomstig IJzeren Rijn tracé via de zuidelijke Maaslijn mee, of laat u dit vervallen? Gaat u daarbij actief in overleg met Venlo en/of bespreekt u dit eerder genoemde argument in het Samenwerkingsverband IJzeren Rijn? 

2. Het vervoer van gevaarlijke stoffen en het Ammoniakconvenant 
De ammoniaktransporten door Limburg baren de fractie Lokaal-Limburg, maar ook veel van onze inwoners grote zorgen. Wij constateren veel onrust van onze inwoners over de treinen met stoffen. 

Met name Roermond, de kernen op de Oostelijke Maasoever, en Venlo-Zuid/Centrum. Het betreft hier meer dan 100.000 inwoners. 

Het ammoniak convenant dat nu afloopt heeft ervoor gezorgd dat de transporten vanuit IJmuiden gestopt zijn. Deze liepen overigens niet via Venlo. Maar heeft dat geleid tot een oplossing? Nee, helemaal niet. 

Er denderen nog steeds veel ketelwagons met ammoniak (reststoffen) dwars door Limburg. Ze verlaten het land via Maastricht-Eijsden-Wezet en de meeste via Venlo-Kaldenkerken. Daar moet vervolgens gerangeerd of kop gemaakt worden op het emplacement van Venlo-centrum. Om vervolgens weer de andere kant op te gaan, richting Duitsland. En dat via een traject dat de komende jaren al extra belast is door werkzaamheden aan de Betuwelijn. Lokaal-Limburg kan zich de onrust en het onbegrip van onze inwoners levendig voorstellen. 

De provincie Limburg had het convenant (met looptijd tot 31-12-2020) ook mede ondertekend, vanuit de vergunningsplicht voor de DSM-fabriek op het Chemelot terrein. Maar van de inspanningsverplichting voor 2015, de verwerkingscapaciteit van ammoniak zodanig opvoeren dat er geen transport (reststromen) meer nodig is, is helemaal niets terechtgekomen, zelfs niet anno 2020! 

Lokaal-Limburg is van mening dat de veiligheid en de gezondheid van onze inwoners in harmonie gebracht moet worden met de economische belangen! Belangrijk hierbij is samenwerking met OCI-Nitrogen en het uitgaan van mogelijkheden in plaats van beperkingen. Maar ook investeringen en inspanningen horen daarbij. Volgens onze fractie staat de provincie aan de lat als het om Chemelot (OCI-Nitrogen) gaat en de vergunningverlening e.d. De provincie is een van de belangrijkste (aanspreek)partners, zo niet de belangrijkste. 

Wij vroegen de provincie daarom vol verwachting: 
“Welke inspanningen zijn er door OC-Nitrogen überhaupt verricht om de reststromen te stoppen in 2015 (wat zelfs anno 2020 nog steeds niet gelukt is)? Graag voldoende toelichten. “ 

De provincie gaf ons als antwoord: 
“Naast het stopzetten van de ammoniakstroom tussen IJmuiden en Geleen, is in het convenant ook geregeld dat er spoorvervoer van ammoniak over andere trajecten (Geleen-Eijsden-Visé, Geleen– Roermond-Venlo-Kaldenkirchen) van/naar Chemelot plaats mag vinden. Het betreft hier (een deel van) het in het ammoniakconvenant genoemde vervoer naar diverse afnemers in West-Europa (zogenaamde ‘Externe Verkopen’). Dat staat los van het verplaatsen van de salpeterzuurfabriek van IJmuiden naar Geleen. In het convenant is ook geregeld dat DSM er voor zal zorgen dat deze stromen via de kortste routes vanuit Geleen naar Duitsland en/of België worden vervoerd. Concreet zijn daarbij de grensovergangen Venlo en Maastricht genoemd” 

Dat is een uitermate ontwijkend antwoord op onze vraag! We vroegen namelijk niet naar de gerealiseerde verplaatsing van de salpeterzuurfabriek. Het is ons bekend dat dit is gebeurd. Maar dat heeft niet de veiligheid opgeleverd waar onze inwoners om vragen, namelijk GEEN ketelwagons met ammoniak. In het convenant, waarvan de looptijd verstreken is, was er sprake van een inspanningsverplichting dat Chemelot/DSM stopt met het sturen van reststromen door onze wijken en dorpen al per 2015, en zelfs in 2020 is er niets van terecht gekomen. Dat betekent dat een inspanningsverplichting per definitie weinig op de kous heeft. Dus dan denkt Lokaal-Limburg eerder aan een resultaatverplichting op redelijke termijn in het nu op te stellen nieuwe convenant. Hier is de provincie een gesprekspartner is (als vergunningverlener). Hierbij willen we ook in het achterhoofd houden, dat men tijdens de looptijd van het vorige convenant al de tijd had gekregen hierover na te denken en een plan op te stellen. Het is ons ook bekend dat er via Venlo en Eijsden stoffen worden afgevoerd. Dat is ook het probleem en daarom is dit geen antwoord op onze vraag. 

Dus we vragen de provincie hoe en in hoeverre deze tot nu toe voor de veiligheid van onze inwoners is opgekomen en nog gaat opkomen. En in deze hoedanigheid de gesprekken voerde en voert over het indammen van de reststromen uiteindelijk naar NUL. En we vragen dus ook naar toekomstige inspanningen en bepalingen in het nieuwe convenant. 

Vraag 5 
Welke concrete inspanningen zijn er door OC-Nitrogen in de looptijd van het vorige convenant verricht om de reststromen volledig te stoppen in 2015 (wat zelfs in 2020 nog niet gelukt is) en welke concrete inspanningen en rol heeft de provincie hier verricht? Graag voldoende toelichten. 

Zowel aan de overlegtafel met OCI-Nitrogen / Chemelot als ook aan de overlegtafel met andere overheidslagen en stakeholders moet de provincie het belang (gezondheid en veiligheid) van de inwoners altijd prominent ter sprake brengen,volgens Lokaal-Limburg. Dat geldt niet alleen voor omwonenden van Chemelot, maar ook voor de veiligheid van allen die nu langs de spoorlijnen wonen, waarover nog steeds frequent omvangrijke reststromen ammoniak worden vervoerd. 

Vraag 6 
Is de provincie met ons van mening dat de ammoniaktransporten via Venlo en Maastricht gedurende de looptijd van het nieuwe convenant afgebouwd en gestopt moeten worden? (Een antwoord met louter “Ja” of “nee” is al voldoende) 

Vraag 7 
Is de provincie bereid om al het mogelijke in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat er in het nieuwe convenant bepalingen opgenomen worden om de reststromen volledig te stoppen in de loop van de uitwerkingstijd van het nieuwe convenant? Zo nee, waarom niet. Graag in beide mogelijke gevallen voldoende toelichten. 

Vervolgens stelde Lokaal-Limburg GS de volgende vraag: 
“Is het college met Lokaal-Limburg van mening, dat enkel een inspanningsverplichting wellicht niet zal leiden tot een afname dan wel beëindigen van de ammoniak reststromen per spoor via Venlo en Maastricht?” 

Het antwoord op deze vraag luidde: 
“Het in 2009 gesloten convenant had niet tot inzet om de ammoniak reststromen te beëindigen. De hoofddoelstelling van het convenant is de beëindiging van het vervoer per spoor van de gehele stroom ammoniak tussen de locatie Chemelot en de locatie IJmuiden en de uitbreiding van de verwerkingscapaciteit van ammoniak op de locatie Chemelot, zodanig dat uiterlijk in 2015 de afvoer van ammoniak zoals die de jaren daarvoor tussen Geleen en IJmuiden heeft plaatsgevonden, overbodig wordt. Binnen de convenant afspraken kan ammoniak vervoerd worden ten behoeve van externe verkopen en groot-onderhoud. In het convenant is voor deze goederenstromen een maximum van 126.000 ton ammoniak van of naar de Locatie Chemelot vastgesteld.” 

Het gegeven antwoord is compleet ontwijkend van aard en blikt enkel terug op het vorige (afgelopen) convenant. Dat vorige convenant bevatte een bepaling die het vervoer tussen IJmuiden heeft gestopt, en daar blijft de provincie in de beantwoording van onze vragen steeds de schijnwerpers op richten. Maar er was ook sprake van een inspanningsverplichting om de reststromen te beëindigen! Dat binnen het vorige convenant mogelijkheden open bleven om reststromen af te voeren is ons bekend, en geen antwoord op de vraag. Dit is ook de kern van het probleem, waarvoor Lokaal-Limburg een oplossing voor wenst. 

Volgens Lokaal-Limburg leidt enkel een inspanningsverplichting klaarblijkelijk niet tot het gewenste resultaat: geen ammoniaktransporten meer door onze wijken en het stichten van verwerkingscapaciteit ter plaatse! 

Dus hier komt de vraag nogmaals: 

Vraag 8 
Is het college met Lokaal-Limburg van mening, dat enkel een inspanningsverplichting wellicht niet zal leiden tot een afname dan wel beëindigen van de ammoniak reststromen per spoor via Venlo en Maastricht? Zo, nee waarom niet? Zo ja, waarop baseert u dat vertrouwen? 

Vervolgens werd aan de provincie gevraagd: 
“Is het college van mening dat er samen met OCI-Nitrogen een haalbare en betaalbare oplossing voor het probleem gezocht moet worden om het aantal transporten af te bouwen? Zo nee, waarom niet?” 

Het antwoord luidde: 
“De wettelijke situatie op dit moment is anders dan ten tijde van het sluiten van het convenant in 2009. Sinds 2015 valt het vervoeren van ammoniak onder de Wet Basisnet Spoor. Deze wet bepaalt de risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Deze plafonds sturen op de maximale omvang van de gevaarlijke goederen stroom. In de zomer van 2020 is een programma aanpak gestart door het Rijk om te komen tot een herziening van het Basisnet, het zogenaamde Robuuste Basisnet. Inmiddels is 5 jaar ervaring opgedaan met het huidige basisnet en er zijn redenen om te werken aan een actualisatie. Zo ontwikkelen de vervoersstromen zich anders dan voorzien (meer vervoer, meer onzekerheid o.a. energietransitie), zijn er aanpassingen aan de infrastructuur (voltooiing Duitse deel Betuweroute, maatregelen Brabantroute) en zijn er nieuwe inzichten rondom ruimtelijke ordening (behoefte om meer te bouwen langs het spoor, maar ook wijzigingen in bestemmingsplannen). In dit traject worden vervoersprognoses en bouwprognoses geactualiseerd, hetgeen resulteert in nieuwe risicoberekeningen. Deze kunnen aanleiding zijn voor het Rijk om wijzigingen aan te brengen in de risicoplafonds (herijking). Ook wordt er gewerkt aan een betere communicatie, o.a. naar de bewoners langs het spoor. Het streven is om uiterlijk in 2022 het Robuust Basisnet vast te stellen. Ons college is actief betrokken bij de herziening van het Basisnet met het oog op het beperken van de risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen in Limburg.” 

Hier krijgen we een antwoord op een niet-gestelde vraag. Dus we zien dit wederom als een afleidingsmanoeuvre. Ditmaal naar weer iets anders. Het doet er voor de gestelde vraag niet toe wat de wettelijke situatie is, of risicoplafonds, risicobeperking, betere communicatie, betere infrastructuur, of Betuwe route. Dat zijn andere, wellicht positieve, maar “autonome” zaken. Zolang de verwerking van reststromen niet ter plekke gebeurt en/of de vraag op het aanbod afgestemd wordt, blijven de ketelwagons met ammoniak langs en door onze wijken batteren. 

De centrale vraag is ”hoe komen we (op termijn) van deze amoniaktransporten af, en welke invloed en inspanningen worden er door de provincie en OCI Nitrogen hiervoor verricht” Niet meer en niet minder. Daaraan is ook het vraagstuk gekoppeld hoe het college de economie en het chemisch cluster afweegt tegen de belangen van onze inwoners. 

Dus daar komt dezelfde vraag weer: 

Vraag 9 
Is het college van mening dat er samen met OCI-Nitrogen een haalbare en betaalbare oplossing voor het probleem gezocht moet worden om het aantal transporten af te bouwen en uiteindelijk tot NUL terug moet brengen? Zo nee, waarom niet? 

De ammoniaktrein moet een flink traject dwars door en rakelings langs vele Limburgse woonwijken rijden. Venlo is één van de gemeenten waar grote zorgen zijn. En dat is niet zo vreemd. Ten eerste moet de “ammoniak-expres” door dorpen en woonwijken rijden (Belfeld, Steyl, Tegelen en Venlo-Zuid, een dichtbevolkt gebied) Dan moet een dergelijke trein ook nog “kop maken” op het Venlose emplacement, dat in het centrum gelegen is. Want anders kan er niet naar Duitsland gereden worden. 

De Spoorvisie Venlo 2030 werd afgelopen november in de gemeenteraad van Venlo behandeld en bevatte een aantal samenhangende elementen in het kader van “het zijn van een internationaal knooppunt voor goederen- en personenvervoer”. De leefbaarheid en veiligheid voor onze inwoners kwamen prominent aan de orde bij de behandeling van de Spoorvisie, hoofdzakelijk in relatie tot goederenvervoer. 

Naar aanleiding de betreffende raadsvergadering over de Spoorvisie Venlo 2030 én het aflopen van het vigerende ammoniakconvenant bleek ook weer een brede bezorgdheid en betrokkenheid bij de fracties. Er is zelfs een gemeenteraadsbrede brief opgesteld (1-12-2020) richting de Staatssecretaris. 

Zie bijlage 1: “raadsbrief Venlo aan staatssecretaris” 

In deze raadsbrede brief wordt opgeroepen tot een aantal zaken, die van belang zijn en waar onze inwoners van onze gemeente, maar ook daarbuiten, recht op hebben: 

1. Het beëindigen van de reststromen ammoniak (OCI) via Venlo, waarvoor in het verlopen convenant al een inspanningsverplichting van 2015 opgenomen was 

2. Proactief monitoren en sturen 

3. Versnelde bouw 3e spoor Betuweroute 

4. Gevaarlijke stoffen “dwingend” via de Betuweroute 

5. Evaluatie van het ammoniakconvenant 

https://omroepvenlo.nl/nieuws/artikel/burgemeester-scholten-wil-stop-op-giftransporten-over-spoor-venlo 

Ook Veilig Spoor Venlo is volstrekt helder: ammoniaktransport dient afgebouwd te worden. 

zie dit artikel 

Vraag 10 
Is het provinciale college op de hoogte van de brief van de gemeenteraad Venlo richting Staatsecretaris? 

Vraag 11 
Heeft deze raadsbrief invloed op de wijze waarop de provincie zal gaan opkomen voor de belangen en veiligheid van onze inwoners, aan de overlegtafel waar het convenant wordt opgesteld én in de richting van OCI Nitrogen? Zo nee, verklaar u nader. 

Dan is er op 9 december 2020 de motie Laçin (SP) die unaniem werd aangenomen in de Tweede Kamer. Daaruit blijkt de betrokkenheid en de zorg van de nationale politiek. Het dictum van de motie luidt: 

“verzoekt de regering, om de provincie Limburg en de gemeente Venlo te betrekken bij de gesprekken voor een nieuw convenant en gezamenlijk een plan op te stellen om het aantal ammoniaktreinen door woonkernen te verminderen en zo mogelijk af te bouwen 

Het ammoniaktransport is daarbij ook een van de onderwerpen van een ‘schriftelijk overleg over Spoor, spoorveiligheid en ERTMS’. Door vier politieke partijen zijn daarover de nodige vragen gesteld aan de staatssecretaris. Ook werden er door een aantal fracties Kamervragen gesteld. 

Zie bijlage 2: “Motie 353 Laçin verminderen en afbouwen ammoniaktransporten” 

Zie bijlage 3: “Extract kamervragen aan staatssecretaris” 

Vraag 12 
Is het college op de hoogte van de motie Laçin en de strekking, en de zorgen over de ammoniaktransporten die kennelijk ook op nationaal niveau leven? Zo nee, waarom niet? 

Vraag 13 
Hebben de motie Laçin en de Kamervragen invloed op de wijze waarop de provincie zal gaan opkomen voor de belangen en veiligheid van onze inwoners, aan de overlegtafel waar het convenant wordt opgesteld en in de richting OCI Nitrogen? Zo nee, verklaar u a.u.b. nader. 

Lokaal-Limburg komt tot de slotsom dat de provincie Limburg niet meer kan verschuilen achter een afgelopen convenant door steeds de focus te leggen op de transporten van IJmuiden die gestopt zijn of andere verbeteringen bijv. in relatie tot Basisnet. De signalen uit de samenleving en de lokale politiek zijn volstrekt helder en ook in Den Haag doorgedrongen. De staatssecretaris wordt unaniem opgeroepen om Venlo en Limburg te betrekken bij een afbouw van de ammoniaktransporten. Limburg kan en mag niet meer achterblijven in het bepleiten van een afbouw, als vergunningverlener! Afbouw kan door de vraag en het aanbod beter op elkaar af te stemmen, maar bovenal door de verwerkingscapaciteit ter plekke te vergroten. 

Dan vraagt Lokaal-Limburg nog aandacht voor het volgende: 

In de bijlage1 bij het ontwerp POVI (Provinciale Omgevingsvisie) is onder hoofdstuk bladzijde 43, 6.3 “waar kiezen wij voor” in het kader van hoofdstuk 6 “veiligheid en gezondheid” de volgende passage: 

“We [lees: provincie Limburg] zetten in op het clusteren van risicovolle industriële activiteiten. Een combinatie van risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten is echter niet altijd te vermijden. In die gevallen willen we het gebied zo veilig mogelijk inrichten, zodat grote groepen mensen beschermd worden tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen (zie ook de hoofdstukken Werklocaties en ‘Limburg in bovenregionaal perspectief’)”. 

Het zou volgens Lokaal-Limburg nu een geschikt moment zijn om datgene wat in de ontwerp-omgevingsvisie staat, via beleid en actie in praktijk te brengen. 

De inspanningsverplichting uit het vorige convenant heeft niets uitgehaald, met name voor de inwoners van de wijken en kernen langs de zuidelijke Maaslijn en Venlo-Zuid/Centrum. 

We staan voor het opstellen van een nieuw convenant, waarin de schijnwerpers gericht moeten zijn op het naar NUL terugbrengen van treinen met reststromen ammoniak door onze woonwijken. Onnodig gesleur van ammoniak, en zeker niet alleen in de gemeente Venlo, maar ook de andere gemeenten langs de betreffende spoorverbindingen! Limburg kan en moet daar een rol in spelen. 

De brief van de gemeenteraad Venlo aan de Staatssecretaris, de motie Laçin in de Tweede Kamer en passage in de eigen ontwerp-omgevingsvisie versterkt ons standpunt en de daarbijbehorende vragen alleen maar verder. 

Dit brengt ons tot de laatste twee vragen: 

Vraag 14 
Is het college nu bereid om – zowel aan de overlegtafel met het Rijk – als ook in de gesprekken met OCI-Nitrogen / Chemelot – aan te dringen op een resultaatverplichting voor de afbouw van ammoniaktransporten? Zo nee, graag onderbouwen met reflectie op alle argumenten die wij aangehaald hebben. 

Vraag 15 
Indien het antwoord op vraag 13 “ja” luidt, wat gaat het college hieraan doen en hoe worden en blijven wij daarover geïnformeerd? 

Henk van der Linden 

Delen: