Schriftelijke vragen toekenning cultuursubsidie

Maastricht, 10 september 2020

Betreft: Schriftelijke vragen toekenning cultuursubsidie

Geacht college,

Cultuurminnend Limburg is al een tijdje in rep en roer. Niet alleen de gevolgen van de coronacrisis maar ook de toewijzing van subsidies zorgt zowel landelijk als binnen Limburg voor de nodige discussie. Daarbij waarderen we de rol van onze gedeputeerde die zich in de landelijke discussie niet onbetuigd laat en een lans brak voor cultuur buiten de Randstad en de subsidies die daar bij zouden moeten horen.

Daarmee is de onrust in Limburg over het toekennen van de subsidies echter niet af. Commotie onstond er na de toewijzing door de Cultuurtank Limburg. De opgestelde en gehanteerde criteria riepen bij verschillende organisaties (waaronder het Limburgse fanfare orkest) vragen op.

Zo zijn er criteria gekozen die vooral gericht zijn op zaken als vernieuwing en het blijven aanspreken van nieuw publiek. Deze werken in het nadeel van lang bestaande organisaties die juist immaterieel cultureel erfgoed in stand houden. Met name in de wereld van HaFaBra (harmonie, fanfare en brassband) is er (inter)nationaal veel waardering voor het Limburgse en groeien jonge beginnende muzikanten uit deze wereld vaak door tot professionals.

Het is voor Lokaal-Limburg dan ook onbegrijpelijk dat een organisatie als het Limburgse fanfare orkest niet meer voor subsidie in aanmerking zou komen. De weinig klantvriendelijke houding van de Limburgse Cultuur Tank wanneer dit probleem wordt aangekaart komt daar nog eens bovenop. Voor Lokaal-Limburg reden de volgende vragen te stellen:

Vraag 1:

Zijn er bij het college meer partijen bekend die kritiek hebben op de toekenningcriteria van de Cultuur Tank Limburg? Zo ja, welke?

Vraag 2:

Is het college het met Lokaal-Limburg eens dat deze criteria het in stand houden van immaterieel cultureel erfgoed bemoeilijken?

Vraag 3:

Moeten we uit het impliciet accepteren van deze toekenningcriteria concluderen dat het college niet geïnteresseerd is in het behouden van immaterieel cultureel erfgoed?

Vraag 4:

Indien bovenstaande niet het geval is. Is het college bereid zich in te spannen aanvullende cultuurgelden ten goede te laten komen aan orkesten die gezien kunnen worden als immaterieel cultureel erfgoed en gerelateerde activiteiten (festivals met HaFaBra muziek ed.)?

Vraag 5:

Is de huidige discussie reden voor het college de huidige subsidiesystematiek ter discussie te stellen en de rol van immaterieel cultureel erfgoed te herwaarderen?

Hopend op een spoedig antwoord, namens de fractie Lokaal Limburg,

Raimond Franssen

Statenlid

 

 

Delen: