Vragen n.a.v. Mededeling Bestuursopdracht Waterveiligheid Maasvallei

Maastricht, 23 april 2020

LOKAAL Limburg beschikt – al lezende – nu over de volgende gegevens:

  • Voor 22 van de 45 dijktrajecten is de norm nu strenger dan noodzakelijk is.
  • in het verslag is geconcludeerd dat aanpassing van de huidige normen in de Waterwet voor 19 dijktrajecten in Limburg, mogelijk is
  • Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is gereserveerd voor het realiseren van de basisveiligheid op 15 dijktrajecten ultimo 2024
  • aanpassing van de huidige normen in de Waterwet voor 7 van de 15 dijktrajecten in Limburg, mogelijk is. Voor 2 dijktrajecten is dit niet wenselijk, Beesel en Roermond-A.

Vraag 1
Hebben we bovenstaande juist samengevat?

In een antwoord op vragen van Groen Links en CDA geeft u aan “Ons college maakt zich sterk voor een zorgvuldige afweging van belangen van alle mogelijke alternatieven en zal deze meewegen in haar publiekrechtelijke rol bij de goedkeuring van het projectplan Waterwet dat voor elk te verbeteren dijktraject moet worden opgesteld. Dat geldt dus ook voor de dijkverbetering in Arcen en de Lob van Gennep.”

Als vervolgvragen op die van onze collega’s, en vooral naar aanleiding van de mededeling Bestuursopdracht adresseren wij ook een aantal vragen aan u, in het kader van uw publiekrechtelijke rol.

Ook lokale media pikken een en ander op in relatie tot deze materie en de Mededeling Bestuursopdracht. Op 25 maart j.l. komt er een nieuw bericht bij Omroep Venlo, voor de dijktrajecten Venlo-Velden en Belfeld van belang. Door dijken met kortere levensduur aan te leggen.

DI zijn dijken die voldoen aan de hoogwaternormen van 25 jaar i.p.v. 50 of 100 jaar. Veiligheid, kosten en leefbaarheid zijn de kernbegrippen, volgens Waterschap Limburg. Voor Belfeld bijvoorbeeld zou het kunnen gaan om 20 centimeter lagere dijken. Ook lezen we dat in Beesel de winst ongeveer 20 centimeter zal zijn. Lokaal-Limburg is verheugd met het feit dat er geluisterd wordt naar de wensen en suggesties van onze inwoners. Deze wensen hebben betrekking op het combineren van veiligheid met leefbaarheid, woongenot en werk-met-werk maken. Dat uitte zich in actieve sessies met inwoners, waarbij niet alleen informatie is gebracht, maar ook opgehaald. Maar we hebben hier nog wel vragen bij, in die zin dat de inwoners op lange termijn ook gebaat zijn.

Vraag 2 
Heeft het college in beeld, in hoeverre er bij verkorting van de levensduur een risico kan vormen, dat gemeenten en inwoners op termijn (25 jaar) alsnog geconfronteerd worden met dijkverhoging en met meer kosten en ongemak van werkzaamheden?

In 2024, zo lezen we ook in Mededeling, worden de normen opnieuw bestudeerd, waarna het meerdere kanten kan opgaan, ook kan het gebeuren dat de normen naar boven bijgesteld worden, en dan moeten wellicht alsnog trajecten opgehoogd worden.

Vraag 3
Heeft het college er een beeld bij hoe groot de kans is voor elk van de trajecten dat er alsnog op relatief korte termijn moet worden opgehoogd – indien de in 2024 de norm omhoog zou gaan – en wordt deze mogelijke extra ophoging nog in de dan lopende werkzaamheden uitgevoerd?

Vraag 4 
Gaat het college nog in gesprek met Waterschap Limburg en andere partners over hetgeen in vraag 2 en 3 is benoemd?

Als antwoord op vraag 4 van vragen van CDA/Groen Links geeft u aan:
“Vanuit haar rol als middenbestuur en haar verantwoordelijkheid voor ruimtelijke ordening is de Provincie Limburg betrokken bij hoogwaterbescherming. Ons college ziet toe op een zorgvuldige afweging van belangen en investeert met provinciale middelen in gebiedskwaliteiten.”

Vraag 5 
Gaat het hier om provinciale investeringen (co-financiering) in de waterkeringen/dijken of gaat het om investering in de gebieden eromheen, ter compensatie van het kwaliteitsverlies door de ingrepen?

Er wordt in de Mededeling Bestuursopdracht gesteld dat HKV adviseert om lopende HWBP-trajecten in principe buiten deze heroverwegingen te houden. Niet alle 19 trajecten bevinden zich volgens onze informatie in hetzelfde stadium.

Vraag 6
Hoe rekbaar is dit “in principe” en wat wordt verstaand onder een lopend HWBP-traject m.a.w. in welk stadium moet het project zich bevinden?

Er is nu een richtinggevend document vastgesteld, waarin alle gemaakte opmerkingen, samen met het directieadvies, zijn verwerkt tot een ‘Afsprakenkader vervolg bestuursopdracht waterveiligheid Maas’. Alle partijen hebben aangegeven hiermee in te stemmen.

Vraag 7
Komen eventuele kostenbesparingen die lagere dijken / keringen met zich mee kunnen brengen, op een of andere manier ten goede van de omgeving?

Vraag 8
Welke overheden staan aan de lat voor als het onverhoopt toch mocht gebeuren dat het recht op de 90% subsidiabiliteit wordt verspeeld voor een bepaald traject en welke risico’s zijn er voor de Provincie Limburg en wat behelst het risicomanagement in dezen?

In de genoemde notitie, staat wat betreft de adviezen het volgende voor Belfeld: 

“Belfeld: Op basis van een levensduurverkorting van de dijk zal de hoogte worden beperkt. De gemeente wil de levensduurverkorting bezien in samenhang met de andere ontwerpknoppen. Opties voor een eventuele verdere beperking binnen het wettelijke kader en binnen het kader van subsidiabiliteit worden in gezamenlijkheid door de partijen onderdeel van het ontwerpproces richting projectplan”. Een van de mogelijke ontwerpknoppen is levensduur (2050)

Vraag 9
Over welke andere ontwerpknoppen spreken we dan, zijn dit dezelfde als in de bijlage worden benoemd voor Beesel? Kunt u het bovenstaande wellicht uitleggen – om inzicht te krijgen wat dit betekent voor de inwoners van Belfeld en voor de aansluiting van de dijk op de hogere gronden en de Rijksweg?

Voor het traject Venlo-Velden moeten opnieuw afspraken gemaakt met Rijk, Waterschap en provincie, zo meldt het bericht van Omroep Venlo. De notitie geeft aan: 

“Venlo-Velden: Voor de dijkopgave en de systeemwerkingsmaatregel dijkteruglegging Venlo-Velden moeten Waterschap Limburg en het Rijk opnieuw afspraken maken om tot een HWBP/MIRTverkenning te komen.”

Vraag 10
Wordt de provincie hier als gesprekspartner ook bij betrokken?
Of komt dat in een later stadium?

Vraag 11
In hoeverre verschilt de positie van Venlo-Velden hier met bijvoorbeeld het traject Beesel of Belfeld, in de zin van kansen voor verlaging van de dijken?

De volgende vragen gaan specifiek over Arcen

Een deel van de beantwoording van genoemde vragen van Groen Links en CDA luidt: 

“Ons college laat in een onafhankelijk onderzoek deze meerkosten van een zelfopdrijvende kering in Arcen berekenen. Tenslotte speelt mee dat er in de situatie van Arcen een alternatief is dat wel past binnen de spelregels van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. In Spakenburg waren er voldoende argumenten om te kiezen voor een zelfopdrijvende kering (behoud historische havenaanzicht, beperkte ruimte, cultuurhistorische waarden, e.d.). “

Vraag 12
In hoeverre waren dan de argumenten in Spakenburg niet van toepassing op Arcen, gezien het historische en toeristische karakter en ook beperkte ruimte?

Vraag 13
Betekent het feit dat het college de kosten van zelfopdrijvende kering laat berekenen, dat het college mogelijk in gesprek gaat met het Waterschap om te ijveren voor een dergelijke constructie?

Volgens berichtgeving van Omroep Venlo d.d. 24 maart j.l., heeft de dorpsraad in Arcen aangegeven teleurgesteld te zijn in de handelswijze van de provincie en het waterschap. De door de Arcense dorpsraad gevraagde verlenging van de inzagetermijn inzake het voorkeursplan dijkversterking Arcen, is namelijk geweigerd.

Het coronavirus heeft roet in het eten gegooid, en de dorpsraad kan de inwoners niet goed genoeg informeren, waardoor volgens hen de belangen van de Arcense bevolking niet kunnen worden vertegenwoordigd, zoals het zou moeten.

Waterschap is in deze projecten uiteraard leidend, maar ook de provincie zit ook aan de gesprekstafel. Immers er wordt in de betreffende mededeling gesteld: “Geadviseerd is om samen met alle partijen die betrokken zijn bij het Limburgse waterveiligheidsbeleid tot afspraken te komen over de wijze waarop de uitkomsten van de Bestuursopdracht doorwerken in het waterveiligheidsbeleid van de Maas.”

Vraag 14
Herkent de provincie zich in het bezwaar / de teleurstelling van de Arcense dorpsraad en is het college bereid hierover het gesprek met het Waterschap aan te gaan? Zo nee waarom niet?

De Lob van Gennep:

Op de vraag van CDA/Groen Links “zou het veiligheidsniveau/overstroming eis voor de Lob van Gennep vele malen hoger moeten zijn als alle andere dijklichamen in Limburg? Wat is het nut en noodzaak?” kwam het volgende antwoord: 

“De drie alternatieven die in de verkenning gelijkwaardig uitgewerkt en onderzocht worden moeten voldoen aan de normen voor waterveiligheid. Er zijn twee alternatieven die zorgen voor het wettelijk vereiste veiligheidsniveau en één alternatief dat zorgt voor een hoger veiligheidsniveau. Bij dit laatstgenoemde alternatief worden de dijken sterker en hoger dan de norm.”

Het college steunt, dat alle 3 de varianten worden onderzocht.

Hierover rijzen bij LOKAAL-LIMBURG vervolgvragen.

Vraag 15
In hoeverre zorgt dit laatste alternatief in meer mate voor landschappelijke, ruimtelijke bezwaren dan de beide andere – ook voldoende qua veiligheidsniveau – alternatieven?

Vraag 16 
Hoe past dit laatste alternatief (met het hogere veiligheidsniveau) binnen de genoemde visie, dat sommige dijktrajecten “te streng” zouden zijn berekend en een herziening overwogen wordt?

Henk van der Linden

Delen: