BEANTWOORDING ARTIKEL 35-VRAGEN OVER “SABIC”

Onderwerp: Beantwoording artikel 35-vragen naar aanleiding van bericht op 1Limburg.nl over mogelijk overlast door storing van een fabriek (SABIC) op Chemelot

Geachte heer Berger,

Per brief van 27 januari 2021 heeft u een aantal vragen gesteld aan het dagelijks bestuur naar aanleiding van een bericht op 1Limburg.nl over mogelijk overlast door storing van een fabriek (SABIC) op Chemelot.
ln het vervolg van deze brief reageren wij successievelijk op uw vragen.

Vraag 1
Is deze vervuiling in de rioolwaterzuiveringsinstallaties meetbaar? Ja/Nee?

Antwoord op vraag 1
Een storing op het fabrieksterrein van Sabic heeft er toe geleid dat circa 110 kg polyetheen (of polyethyleen) poeder en 45 kg roet is vrijgekomen. Indien als gevolg van een incident vervuiling zich uitstrekt tot buiten het fabrieksterrein, dan worden de betrokken gemeenten en bevoegde gezagen daarvan op de hoogte gesteld vanuit het Actiecentrum Chemelot (ACC). Ook het waterschap wordt in dergelijke gevallen geïnformeerd.
In dit geval is het overgrote deel van het poeder op het fabrieksterrein achtergebleven en via het rioleringssysteem ter plekke afgevoerd naar de IAZI (industriële afvalwaterzuiveringsinstallatie) van Sitech en daar verwerkt.
In dit geval is dus geen vervuiling via het gemeentelijke rioolstelsel naar de rioolwaterzuiverings-installatie (RWZI) van het Waterschapsbedrijf Limburg getransporteerd. Deze vervuiling is dan ook niet meetbaar op de RWZI.

Vraag 2
Is deze vervuiling meetbaar in de beekjes in de nabije of iets verdere omgeving. Ja/Nee?
Wijdere omtrek, omdat rekening gehouden moet worden met de windrichting en de windsnelheid.

Antwoord op vraag 2
Uit contacten tussen Chemelot en de afdeling Toezicht en Handhaving van het waterschap is gebleken dat vervuiling als gevolg van dit incident grotendeels beperkt is gebleven tot het Chemelot-terrein. In de directe omgeving van het fabrieksterrein bevindt zich overigens nauwelijks regionaal oppervlaktewater. Daarom zijn er geen aanvullende metingen uitgevoerd in beekjes in de directe omgeving. De kans dat in de verdere omgeving poederdeeltjes in meetbare hoeveelheden worden aangetroffen in beekjes, wordt minimaal geacht.

Vraag 3
Wat voor gevolgen heeft deze mogelijke vervuiling op het waterleven?

Antwoord op vraag 3
Polyetheen is een grondstof voor de productie van onder andere verpakkingsmateriaal voor levens-middelen, en is door het RIVM niet geclassificeerd als giftig. Uiteraard staat dit los van het gegeven dat het onwenselijk is dat uitstoot van Chemelot in oppervlaktewater terecht komt.
Door de zeer geringe blootstelling van de stof in combinatie met de zeer lage giftigheid, en het gegeven dat er nauwelijks oppervlaktewater in de directe omgeving is, zijn schadelijke gevolgen voor het waterleven in dit geval niet te verwachten.

Vraag 4
Is er een zichtbare/meetbare sterfte en/of vervorming/verminking van waterdieren in deze beekjes waar te nemen. Ja/Nee?

Antwoord op vraag 4
Er is (zie antwoord op vraag 2) geen onderzoek gedaan naar de effecten van blootstelling van deze stof op het aanwezige waterleven. Gegeven de eigenschappen van de stof (zeer slecht oplosbaar, lage giftigheid) zijn zichtbare/meetbare sterfte en/of vervorming/verminking van waterdieren niet voor de hand liggend.

Vraag 5
Wat zijn de extra kosten voor het zuiveren van het water? Zowel in het riool als in de beekjes.

Antwoord op vraag 5
Het polyetheen en de roetdeeltjes die via de riolering van het Chemelotterrein zijn verwerkt, leiden niet tot extra kosten voor het waterschap, omdat dit via het reguliere zuiveringsproces op de IAZI van het Chemelotterrein verwerkt wordt. Het zuiveren van het water in de beekjes is in dit geval niet aan de orde.

Vraag 6
Zijn deze kosten, vervuiling, eventuele vervanging waterdieren te verhalen op Sabic? Zo ja, gaat u dat
ook doen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 6
Als een dergelijke vervuiling leidt tot kosten voor het waterschap, dan worden deze verhaald op de
vervuiler. Dat is in dit geval niet aan de orde. Overigens is ‘vervanging van waterdieren’ geen reële
optie omdat deze niet simpelweg vervangen kunnen worden. Het aanwezige ecologische systeem zal
zich in een dergelijke geval zelf moeten herstellen van een eventuele aantasting.
Overigens is dit incident niet meteen gemeld bij het waterschap, omdat er geen directe
consequenties voor het watersysteem te verwachten waren. Naar aanleiding van dit incident en uw
vragen, is afgesproken dat het Actiecentrum Chemelot van alle toekomstige incidenten ook meteen
melding doet bij het waterschap.
Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Overeenkomstig het bepaalde in
artikel 35 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur zal een
afschrift van deze brief ter kennisneming worden toegezonden aan de leden van het algemeen
bestuur.

Met vriendelijke groet,

namens het dagelijks bestuur,
ir. E.J.M. Keulers MMO – secretaris-directeur
drs. ing. P.F.C.W. van der Broeck – dijkgraaf

Delen: