Aanpak sociale wijkteams verschilt per gemeente

Uit een onderzoek dat de Universiteit Twente in samenwerking met onderzoeks- en adviesbureaus Platform 31 en BMC Advies en de gemeenten Zaanstad, Leeuwarden en Enschede uitvoerde blijkt dat er per gemeente grote verschillen zitten in de werkwijze van sociale wijkteams.  

Vanaf 1 januari 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor taken op het gebied van jeugdzorg, participatie en maatschappelijke ondersteuning. Enkele van de uitgangspunten van de decentralisaties van zorgtaken van rijksoverheid en provincie naar gemeenten zijn “zorg dicht in de buurt” en “één gezin, één plan, één regisseur” in plaats van een scala aan verschillende instanties dat over de vloer komt. Verder wordt er vanuit gegaan dat mensen die een hulpvraag hebben eerst proberen dit op te lossen met behulp van hun sociale omgeving alvorens aan te kloppen bij gespecialiseerde hulpverleners wat weer leidt tot zorgkostenreductie.   Bijna alle gemeenten richten daarom sociale wijkteams op. Deze teams helpen mensen met een hulpvraag met het vinden van oplossingen voor hun problemen.Voor het onderzoek “De vormgeving van sociale (wijk) teams” van de Universiteit Twente werden tussen juni 2013 en april 2014 sociale (wijk) teams in Enschede, Leeuwarden en Zaanstad bestudeerd.In het kwalitatieve deelonderzoek, dat plaatsvond van juni 2013 tot april 2014, zijn de sociale (wijk)teams bestudeerd die toen actief waren in Enschede, Leeuwarden en Zaanstad. In Enschede ging het om vijf ’wijkteams wijkcoaches’, in Leeuwarden om drie ’sociale teams’ en in Zaanstad om twee pilots ‘sociale wijkteams’. Voor deze steden is de inrichting en organisatie in kaart gebracht en is verkend tegen welke vraagstukken en knelpunten de teams aanliepen in de (door)ontwikkeling. Met behulp van de resultaten van het kwalitatieve onderzoek naar de wijkteams in de 3 steden is vervolgens een vragenlijst opgesteld. Deze vragenlijst is gebruikt om tussen april en juni 2014 bij 26 van de G32 steden inzicht te krijgen in welke keuzes zij maakten bij de inrichting en organisatie van sociale wijkteams.   Uit het onderzoek blijkt dat de wijkteams onderen andere verschillen van samenstelling, werkwijze en doelgroep. Soms vervangen ze vroegere vormen van hulpverlening, in andere gevallen functioneren ze als aanvulling op bestaande hulpverlening. De mogelijke redenen voor de diversiteit is het ontbreken van duidelijke richtlijnen voor de manier waarop sociale wijkteams vormgegeven moeten worden en de verschillen in zorgbehoefte in de wijk en gemeente. Gemeenten hebben ook verschillende ideeën over de rol die sociale wijkteams moeten spelen.   Door de verschillende uitgangspunten bij sociale wijkteams bestaan er ook verschillende ideeën over het omgaan met persoonsgegevens. De ene gemeente geeft een wijkcoach inzicht in bij de gemeente beschikbare informatie over de persoon die hij/zij helpt, terwijl een andere gemeente het hele wijkteam toegang geeft tot de gegevens. In weer een andere gemeenten beschikken wijkteams alleen over de gegevens die het team zelf bij de cliënt heeft verzameld. Ambtenaren van 11 van de 26 onderzochte gemeenten maken zich ernstige zorgen over de waarborging van de privacy. Wat ook opvalt is dat sociale wijkteams vaak nog op de oude manier werken, waarbij nog niet genoeg uitgegaan wordt de eigen kracht of verantwoordelijkheid van hulpbehoevenden, maar zaken uit handen worden genomen. Oorzaken voor het gebrek aan stimuleren van eigen kracht zijn volgens de onderzoekers te vinden in hoge werkdruk bij medewerkers waardoor het makkelijker en sneller is om zelf in te grijpen, Het feit dat mensen die hulp nodig hebben bij verschillende instanties terecht kunnen en onvermogen van sommige burgers om iets te leren en te groeien.   bron: WMO-wijzer

 

Delen: