Schriftelijke vragen en antwoorden over Limburgse appeloogst



Naar aanleiding van het artikel over de Limburgse appeloogst in dagblad De Limburg van woensdag 12 september 2018 heeft LOKAAL-LIMBURG vragen over het Provinciale beleid voor fruitboeren in Limburg.

De fruitteelt is een belangrijke tak in de Limburgse landbouw. Niet alleen voor de landbouw als bedrijfstak maar zeker ook als toeristisch element vervullen boomgaarden een belangrijke rol in het Limburgse land.

In het bewuste artikel wordt gesproken over “Goede contacten van de fruitsector met de provincie Limburg”. Betreffende regelgeving is men als ondernemer in de fruitteelt echter afhankelijk van de lokale overheid. Het gaat dan met name om omgevingsvergunningen en de opbouw van hagelnetten. Men spreekt ook over een willekeur aan lokaal beleid.

De volgende vragen zijn aan Gedeputeerde Staten gesteld:

Vraag 1. Is het u bekend dat na de tegenslagen in de oogst van de laatste drie jaren, lage prijsvorming en de al jaren durende exportstop (door MH17) naar Rusland diverse fruitboeren ermee willen stoppen. Niet alleen vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd maar ook vanwege de moedeloosheid veroorzaakt door de genoemde tegenslagen?

Antwoord. Ja, dat is ons bekend.

Vraag 2. Heeft u cijfers van het aantal mogelijke “stoppers”? Zo nee, wilt u dat gaan onderzoeken? Nee? Waarom niet?

Antwoord. Wij hebben geen exacte cijfers over het aantal bedrijven dat naar aanleiding van recente tegenslag (in 2017 hagelschade en begin 2018 nachtvorst) overweegt te stoppen.

Wel beschikken wij over algemene cijfers voor de fruitteelt (zie www.agrimatie.nl/limburg). Hieruit blijkt dat fruitteelt in Limburg sedert 2000 is gegroeid met 457 ha tot 2823 ha in 2017. De appelteelt is binnen deze sector het meest belangrijk maar levert wel terrein in en is gedaald van 1679 ha naar 976 ha waarvan de daling Z-Limburg het grootst was (435 ha). Het areaal peren is sedert 2000 redelijk stabiel.

Stijgers waren klein fruit (voornamelijk blauwe bessen) en overig fruit met de kanttekening dat sedert 2016 ook hoogstamboomgaarden in de jaarlijkse Landbouwtelling is opgenomen. Onder overig fruit vallen bijvoorbeeld teelten als kersen (330 ha in 2017) en pruimen (45 ha). Het aantal bedrijven bedroeg in 2000 371 en in 2015 waren er 294 fruitbedrijven aanwezig in Limburg en in 2017 is dit aantal toegenomen naar 493 (wat deels komt doordat ook bedrijven met hoogstam worden meegeteld).

Vraag 3. Is het u bekend dat de concurrentie uit Oost Europa op dit moment al groot is en nog groter wordt?

Antwoord. Ja, dit wordt regelmatig in de vakliteratuur beschreven en ook door telers aangegeven.

Vraag 4. Is het u bekend dat met name in Polen flinke subsidies worden gegeven?

Antwoord. Nee, wij hebben geen inzicht in subsidies die in Polen aan de fruitteelt worden versterkt.

Vraag 5. Is dit mogelijk een vorm van Staatssteun of wordt dit gesubsidieerd door de Europese Unie?

Antwoord. Dat kunnen wij niet beoordelen.

Vraag 6. Wanneer de Europese Unie subsidie verleend, ben u dan bereid om voor onze Limburgse appeltelers in de bres te springen door te lobbyen en ook voor hen subsidie uit het vuur te slepen?

Antwoord. We nemen aan dat de achtergrond van deze vraag vooral betrekking heeft op recente gebeurtenissen waarbij weersinvloeden een belangrijk rol spelen. Over risico’s door weersinvloeden kunnen lidstaten, binnen de Europese randvoorwaarden, voor een deel zelf beslissen hoe zij sectoren tegemoet bij forse schades. Nederland heeft besloten om de brede weersverzekering, met gebruik making van Europese middelen, hiervoor te ontwikkelen waardoor hagel- en nachtvorstschade verzekerbaar zijn. In dat verband zijn wij niet voornemens een lobby te ontwikkelen voor additionele subsidies hetgeen overigens via het Rijk moet worden opgepakt.

Vraag 7. Is het u bekend dat door voorzieningen zoals een beregeningsinstallatie en hagelnetten de fruitopbrengst vergroot kan worden.

Antwoord. Deze voorzieningen zijn gangbare toepassingen in de fruitteelt die niet zozeer tot opbrengstvergroting leiden maar tot verkleining van productierisico’s.

Vraag 8. Is het u bekend dat door de lage prijsvorming, de telers helaas niet kunnen investeren?

Antwoord. Dit beeld delen wij niet als algemene constatering. De investeringsmogelijkheden zijn afhankelijk van bedrijfsstructuur, – resultaten en financieringsmogelijkheden. Deze combinatie, aangevuld met het feit dat veel bedrijven niet over een opvolger beschikken, maakt dat vooral in Zuid-Limburg relatief minder bedrijven moderniseren en vernieuwen. Prijsvorming, en daarmee bedrijfsrendement, is een van die factoren naast andere.

Wij zijn sinds medio 2017 in gesprek met de sector waarbij o.a. ook LLTB, LFO en NFO (de Limburgse respectievelijk nationale fruitteeltorganisatie) en de Rabobank betrokken zijn. Op basis hiervan heeft de sector een Impulsagenda opgesteld waarin een aantal actielijnen zijn beschreven welke men momenteel uitwerkt. De inzet van de provincie is gericht op ondersteuning van het de totstandkoming van de Impulsagenda, de openstelling van POP 3 óók voor projecten gericht op risicobeheersing. Om tot verbetering van het verdienmodel te komen is contact gelegd met het Productschap Fruit in Belgisch Limburg en met Brightlands Campus Greenport Venlo.

Vraag 9. Bent u bereid te onderzoeken of hier mogelijk subsidie voor gegeven kan worden? Vanuit de provincie, vanuit de landelijke regelingen maar ook vanuit de Europese Unie?

Antwoord. In het antwoord op vraag 8 is beschreven op welke wijze we de fruitteelt faciliteren.

Vraag 10. Bent u bereid voor onze telers in de bres te springen en daar waar mogelijk subsidie binnen te slepen zodat de telers installaties en netten kunnen installeren? Ja/Nee/Waarom?

Zie antwoord op vraag 8. Een aantal projecten had betrekking op investeringen in netten wat in de sector bestaand gebruik is. Bij de beoordeling van die POP 3 regeling, door een externe commissie, hebben die projecten onvoldoende gescoord en hebben wij deze niet gehonoreerd.

Vraag 11. Is de provincie bereid fruittelers tegenmoet te komen door te onderzoeken in hoeverre willekeur aan lokaalbeleid voorkomen kan worden. Graag toelichten hoe u dat zou willen aanpakken. Indien u dit niet wenst te onderzoeken graag toelichten waarom niet.

Antwoord. Het antwoord op vraag 8 beschrijft de inzet van de Provincie.

Vraag 12. Zou een centraal provinciaal loket een mogelijke oplossing zijn voor o.a. het creëren van eenduidig beleid en zou u bereid zijn zo een provinciaal loket in te richten? Hierdoor zou het voor fruittelers een stuk eenvoudiger zijn hun bedrijfsvoering op eenduidig provinciaal beleid af te stemmen. Dit in tegenstelling tot de steeds van elkaar afwijkende gemeentelijke regels.

Antwoord. Via de POL regiobenadering is er een platform voor dergelijke vraagstukken. Gemeenten maken hierin zelf een afweging rekening houdend met de landschappelijke context waarbinnen de activiteiten plaats vinden.